Frank Boeckx: ‘Ik kan perfect in elk hoofd van de keepers in mijn kern kruipen want ik heb zelf ook in hun situatie gezeten’

Frank Boeckx was jaren de vaste doelman bij Anderlecht. Een positie waar altijd druk op ligt. Druk waar Boeckx tijdens zijn carrière zelf problemen mee had. Tegenwoordig probeert hij als keeperstrainer zijn ervaringen in het voetbal te delen met de nieuwe generatie doelmannen bij de beloften van Anderlecht. ‘Als je een 18-jarige in doel zet, dan moet je er rekening mee houden dat die nog fouten gaat maken.’

Als doelman ben je vaak de kop van Jut. Je kan de perfecte wedstrijd spelen en toch een foutje maken waardoor je verliest. Hoe ging jij daar als speler mee om?

‘Ik kon dat heel snel van mij afzetten. Ik deed een wedstrijdvoorbereiding en ging daarbij altijd de mogelijke scenario’s overlopen in mijn hoofd. De beste, maar ook de slechtste. Dan kan je je daar mentaal beter op voorbereiden, en ook sneller schakelen in een wedstrijd als het van slecht naar goed of andersom gaat.’

‘Fouten maken hoort er nu ook eenmaal bij. Zeker als doelman wordt dat ook nog eens uitvergroot. Als een doelman een fout maakt, is het wedstrijdbepalend. Je kan een keeper met een scheidsrechter vergelijken die al dan niet een penalty fluit. De kranten staan er vol van. Waarom? Het is resultaatbepalend en dus makkelijk om over te spreken.’

Fouten maakt zit in onze natuur. Geef je dat ook mee aan die jongeren bij Anderlecht?

‘Absoluut. De jongens moeten de volgende stap kunnen zetten. Een fout maken is ook niet het einde van de wereld. Je hebt geen moord gepleegd. Je moet niet voor het gerecht verschijnen. Maar de jongens moeten er wel uit leren. Als je alle fouten maakt voor je in een eerste ploeg komt, dan heb je die bagage al mee om er mee om te gaan en ervan te leren.’

‘Als Thibaut Courtois keeperstrainer wordt, hoe gaat hij denken aan die derde keeper?’

‘Als je een 18-jarige in doel zet, dan moet je er rekening mee houden dat die nog fouten gaat maken. Maar dan moet je je als trainer daar ook mentaal kunnen overzetten en die jongens het nodige vertrouwen geven om zichzelf terug te kunnen motiveren om beter te doen zodat de fout zich niet herhaalt. Dat is een goede kwaliteit van een goede keeper, maar ook van een goede keeperstrainer om daarop in te spelen als het fout gaat.’

Naast fouten maken kan er maar één persoon in doel kan staan. Hoe krijg je die andere jongens gemotiveerd om toch alles te geven op training?

‘De concurrentie is nu eenmaal groot. Zeker in een topclub als Anderlecht. Je moet kunnen omgaan met het feit dat je niet speelt. En het moment dat je wel speelt, moet je top zijn. Dat is het moment om te bewijzen dat je onterecht op de bank zat of onterecht geen kansen krijgt. Dat is niet altijd makkelijk. Veel keepers ontbreken dat doorzettingsvermogen als je niet speelt. Een goede tweede keeper zijn is ook een kunst. Dat is niet iedereen gegeven. Iedereen wil spelen. En omgaan met het niet spelen is niet altijd makkelijk, maar je moet het doen voor jezelf. Als je de kans krijgt, door welke omstandigheid dan ook, dan moet je klaar zijn. Dat kun je enkel door goed te trainen realiseren.’

‘Die concurrentiestrijd zou je beter moeten maken. Er zullen altijd jongens zijn die je plaats willen innemen. Dat geldt natuurlijk ook voor de veldspelers. Alleen duurt het wat langer voor een doelman om aan de bak te komen. Je bent je plaats misschien minder snel kwijt, maar het duurt ook langer voor je je kans krijgt. Een voetballer kan vaak nog 30 minuten spelen en zijn kans grijpen. Een doelman zal in normale omstandigheden niet invallen. En als een doelman het goed doet, ga je hem ook niet wisselen om te roteren of te sparen. De factoren om te wisselen die voor spelers gelden, gelden vaak voor doelmannen niet.’

Je hebt natuurlijk ook jongens die daar minder goed mee kunnen omgaan. Die daar ook mentaal aan onderdoor gaan. Zelf heb je het ook meegemaakt. Dat ging zelfs zo ver dat je stopte met voetballen.

‘Ik heb nooit het psychologische gedeelte van een voetballer onderschat. Het is niet altijd makkelijk. Maar ik denk dat je niet altijd alles alleen kan. Je kan niet in alles uitmuntend zijn. Soms heb je hulp nodig bij fysieke preparatie of technische ondersteuning. Ook tactisch, anders had een voetbalploeg geen trainer. De ene speler heeft tactisch heel veel bagage, de andere dan weer heel weinig. Wel, dan heb je een trainer nodig om die tactische bagage aan te brengen. Is dat fysiek of mentaal, dan is er een physical coach voor het fysieke luik en een psycholoog voor het mentale. Het is menselijk dat je niet alles kan bezitten. Je bent zeker geen uitzondering als je niet alles bezit.’ 

‘Er zijn heel veel voetballers die geen hulp zoeken, ondanks dat de faciliteiten er wel voor aanwezig zijn binnen de club. En ik begrijp dat ook. Je zit altijd in een concurrentiestrijd met iemand anders en je wil altijd je beste kant laten zien aan de mensen die beslissen of je al dan niet speelt. Ik denk dat dat het probleem is. Je wil geen stok geven waarmee de trainer kan slaan zodanig dat je je positie en je toekomst daarmee niet op het spel zet. Daar zit de angst in om problemen aan te geven. Zeker binnen een club. Maar als je dan hulp zoekt voor die mentale problemen buiten de club, dan kan het wel heel handig zijn.’

Ligt het probleem dan eerder bij de speler zelf?

‘Het gaat hem vooral om de klik met de persoon die je vertrouwt met je probleem. Als je die klik binnen de club niet voelt, dan zoek je die buiten de club. Maar voor hetzelfde geld kan je die klik wel hebben met iemand binnen de club. Dat is een persoonlijke keuze. Natuurlijk moet je wel openstaan voor hulp en ook openstaan om mensen je probleem toe te vertrouwen. Anders kan je niet geholpen worden. Ik denk niet dat dat aan de clubs ligt. Eerder aan de persoon zelf en de persoon die u daar hulp bij kan bieden. Je moet een klik hebben met die persoon. Als je die klik niet hebt, dan gaat het nooit lukken.’

Helpt jouw ervaring in het voetbal in de begeleiding van die jonge doelmannen?

‘Dat denk ik wel. Alles wat ik zelf heb meegemaakt, kan ik meegeven aan die jonge gasten. Ik ben eerste, tweede en zelfs derde keeper geweest. Ik kan perfect in elk hoofd van de keepers in mijn kern kruipen, want ik heb zelf ook in hun situatie gezeten. Als Thibaut Courtois morgen keeperstrainer wordt, hoe gaat hij denken aan die derde keeper? Hij heeft altijd zelf gespeeld. Dat is altijd mijn vraag. Dat gaat moeilijk zijn want hij gaat zich focussen op die eerste keeper. Zijn aanpak gaat daarbij perfect zijn. Maar als je nooit derde keeper geweest bent, omdat je zodanig goed was, dan is het niet altijd gemakkelijk om je te verplaatsen in een situatie hoe je derde keeper zich voelt. Daarom ben ik blij dat ik alles heb meegemaakt.’

Tekst en foto: © Jens Jacobs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: